ECLI:NL:GHDHA:2018:848
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- I. Obbink-Reijngoud
- J.A. van Kempen
- K. van Barneveld-Peters
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling wegens bedreiging ontwikkeling minderjarige kinderen door gebrek aan vadercontact
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, waarbij de moeder de beschikking wil vernietigen en de Raad voor de Kinderbescherming en de vader deze willen bekrachtigen.
De rechtbank had de kinderen onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van hun sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling, mede veroorzaakt doordat de kinderen niet op de hoogte zijn van het bestaan van hun vader. De moeder was bereid tot contact onder begeleiding, maar stelde voorwaarden en wachtte het hof af.
De Raad en de gecertificeerde instelling stelden dat vrijwillige hulpverlening had gefaald en dat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk het ouderschap vorm te geven, wat de ontwikkeling van de kinderen schaadt. Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om contact tussen vader en kinderen te bevorderen en de communicatie tussen ouders te verbeteren.
Het hof verwierp het standpunt van de moeder dat contact pas mogelijk is als de kinderen twaalf zijn en benadrukte het belang van vroegtijdige statusvoorlichting voor de identiteitsontwikkeling. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling en het ontbreken van contact met de vader.