ECLI:NL:GHDHA:2018:996

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 maart 2018
Publicatiedatum
26 april 2018
Zaaknummer
22-003617-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis en terugwijzing wegens niet opgeroepen raadsvrouw in strafzaak

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam werd vastgesteld dat de raadsvrouw van verdachte niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was opgeroepen voor de zitting van 17 maart 2017, waarop de zaak bij verstek werd afgedaan.

De raadsvrouw toonde aan dat zij pas na de zitting het digitale dossier ontving, inclusief de oproeping, terwijl zij deze niet schriftelijk had ontvangen. De oproeping was wel rechtsgeldig aan verdachte betekend, maar deze was niet op de hoogte van de zitting en kon de raadsvrouw dus niet informeren.

Gezien de kernrol die de raadsvrouw vervult bij het onderzoek ter terechtzitting, had de politierechter niet aan de behandeling ten gronde mogen toekomen. Op grond van artikel 423 lid 2 Sv Pro vernietigt het hof het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter in Rotterdam.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter wegens niet correcte oproeping van de raadsvrouw.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003617-17
Parketnummers: 10-080789-14 en 10-166892-15
Datum uitspraak: 29 maart 2018
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 17 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1981,
[adres].
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de zaak wordt teruggewezen naar de rechtbank Rotterdam.
Vernietiging van het vonnis waarvan beroep en terugwijzing van de zaak
Ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat in eerste aanleg de raadsvrouw van de verdachte, mr. E.P.N. Pieterse, advocaat te Rotterdam, ten onrechte niet (op de bij de wet voorgeschreven wijze) is opgeroepen voor de terechtzitting van 17 maart 2017, op welke zitting de zaak tegen de verdachte bij verstek is afgedaan.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2018 door overlegging van e-mail-correspondentie tussen haar en de strafsector van de rechtbank Rotterdam en van een screenprint uit het “Advocatenportaal – Mijn Strafdossier” betrekking hebbend op deze zaak, aangetoond, dat zij per e-mail d.d. 21 maart 2017 de rechtbank Rotterdam heeft verzocht om de oproeping voor de zitting van 17 maart 2017 met betrekking tot onderhavige zaak, aangezien zij deze niet had ontvangen en dat aan haar pas op 22 maart 2017 het digitale dossier is verstrekt, waarvan deel uitmaakte de oproeping voor de zitting van 17 maart 2017. Deze oproeping – die zich wel in het schriftelijke dossier van het hof bevindt en gedateerd is 27 januari 2017 – is volgens de raadsvrouw niet schriftelijk aan haar verzonden, aangezien het dossier alleen digitaal aan haar is verstrekt. Volgens de raadsvrouw is de oproep voor die zitting wel rechtsgeldig aan de verdachte betekend, maar was hij niet op de hoogte van die zitting en heeft hij haar daarover dus ook niet kunnen informeren.
Er is geen omstandigheid komen vast te staan waaruit voortvloeit dat deze zitting de raadsvrouw tevoren (anderszins) bekend was.
De raadsvrouw van een verdachte moet worden aangemerkt als een persoon die een kernrol vervult bij het onderzoek ter terechtzitting als bedoeld in de rechtspraak van de Hoge Raad (waaronder HR 7 mei 1996,ECLI:NL:HR:1996: ZD0442,NJ 1996/557). Uit deze rechtspraak volgt dat in de gegeven omstandigheden de politierechter ter terechtzitting van 17 maart 2017 niet aan de behandeling ten gronde had mogen toekomen en dat op de voet van het bepaalde in artikel 423 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering het vonnis waarvan beroep zal moeten worden vernietigd. Tevens zal de zaak, nu daarom expliciet door de raadsvrouw is verzocht, worden teruggewezen naar de rechter die het vonnis waarvan beroep heeft gewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep.
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Rotterdam.
Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A.E. Mos-Verstraten en mr. J.W. van den Hurk, in bijzijn van de griffier mr. K. Kiela.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 maart 2018.