ECLI:NL:GHDHA:2019:106
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie met correctie jaarrekening en draagkrachtberekening
Partijen waren gehuwd van 1981 tot 2015 en de man is verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. De rechtbank Rotterdam had de alimentatie verhoogd, maar de man ging hiertegen in hoger beroep. Het geschil betrof vooral de draagkracht van de man en de verdiencapaciteit van zijn huidige echtgenote.
De man stelde dat zijn echtgenote geen verdiencapaciteit had vanwege gezondheidsredenen, maar het hof oordeelde dat dit onvoldoende was aangetoond en stelde haar verdiencapaciteit op € 100 netto per week. De man voerde ook aan dat de kasstromen van zijn onderneming onvoldoende waren om alimentatie te betalen, maar het hof vond dat onvoldoende onderbouwd en ging uit van de gemiddelde winst van 2015 tot en met 2017, gecorrigeerd voor afschrijvingen op gebouwen.
Daarnaast werd rekening gehouden met een door de man betaalde lijfrentepremie als last. Het hof berekende op basis hiervan de draagkracht van de man en stelde de partneralimentatie vast op € 2.172 per maand tot 1 september 2017 en € 1.515 per maand daarna. Het teveel betaalde hoefde niet te worden terugbetaald. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof stelt partneralimentatie vast op € 2.172 per maand tot 1 september 2017 en € 1.515 per maand daarna, met correcties op winst en draagkracht.