ECLI:NL:GHDHA:2019:1279
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing heroverweging Europees betalingsbevel wegens onduidelijke ontvangst
De zaak betreft een geschil over een vermeende lening van €30.000,- vermeerderd met rente, waarbij appellant ontkent de lening te hebben ontvangen en betwist de handtekening onder de overeenkomst. Geïntimeerde heeft een Europees betalingsbevel verkregen dat volgens een Track & Trace bericht op 7 april 2018 aan appellant zou zijn betekend. Appellant betwist dat hij het betalingsbevel heeft ontvangen en stelt dat hij en zijn echtgenote op die datum in Portugal verbleven, ondersteund door reisdocumenten.
De rechtbank had het verzoek tot heroverweging van appellant afgewezen omdat het verzoek niet tijdig zou zijn ingediend, uitgaande van de ontvangst op 7 april 2018. Het hof oordeelt echter dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat appellant het betalingsbevel op die datum heeft ontvangen, mede omdat de handtekening op het ontvangstbewijs niet van appellant of zijn echtgenote is en niet aannemelijk is dat een huisgenoot of ander persoon het heeft getekend.
Daarmee is niet voldaan aan de minimumnormen van de Europese Verordening inzake kennisgeving, waardoor het betalingsbevel ongeldig is. Het hof verklaart het verzoek tot heroverweging niet-ontvankelijk en veroordeelt geïntimeerde in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot heroverweging omdat het betalingsbevel niet rechtsgeldig is betekend.