ECLI:NL:GHDHA:2019:1327
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en verstrijken vijfjaarstermijn
Appellante heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van ruim €447.000. De rechtbank wees het verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat appellante te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep heeft appellante betoogd dat de vijfjaarstermijn niet van toepassing is op haar schuld aan Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders, omdat de gedragingen waarop de schuld is gebaseerd dateren van vóór die termijn. Het hof oordeelt echter dat de datum van het bestuursbesluit (7 mei 2015) als het ontstaan van de schuld geldt, waardoor de vijfjaarstermijn wel van toepassing is.
Verder faalt het beroep op de hardheidsclausule omdat appellante als bestuurder van de stichting verantwoordelijk wordt gehouden voor ernstige overtredingen van de Wet marktordening gezondheidszorg, wat haar verwijtbaar is. De ernst van de overtredingen en de omvang van de schulden maken toepassing van de schuldsaneringsregeling niet passend.
Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank Rotterdam dat het verzoek tot schuldsanering afwijst.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot schuldsaneringsregeling afwijst wegens gebrek aan goede trouw.