Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
[naam 1] ,
Stichting Staedion,
in het gehuurde gedurende de huurtijd zijn hoofdverblijf[zal]
hebben’, (art. 6.7 en 6.8), ‘
op het adres van het gehuurde[zal]
zijn geregistreerd in de Gemeentelijke Basis Administratie’ (art. 6.7) en dat het hem niet toegestaan is
‘elders dan in het gehuurde zijn hoofdverblijf te hebben’ (ook art. 6.7). Ook mag [appellant] het gehuurde niet ‘
geheel of gedeeltelijk aan derden in gebruik geven, tenzij hij hiertoe voorafgaand schriftelijke toestemming van verhuurder heeft verkregen’ (art. 6.8).
De huurovereenkomst met de zus [naam 2] is inmiddels ontbonden bij onherroepelijke beslissing van de kantonrechter, omdat zij er niet woont. Het huurcontract dat Staedion in 2013 had afgesloten met [appellant] en [naam 2] , klopt dus al niet meer.
eigenbelang aangevoerd. Hij heeft aangevoerd dat hij nieuwe woonruimte zal moeten zoeken. Uit niets volgt echter dat hem dat niet zal lukken en dat hij op straat komt te staan.
dus de beslissing is:
- wijst de incidentele vordering af;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van dit incident, aan de zijde van Staedion tot op heden begroot op € 2.148,- aan salaris van de advocaat en
- verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
6 augustus 2019voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van Staedion.