Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.[X Beheer B.V.] . Beheer B.V.,
1.Het verloop van het geding
2.Inleiding
- i) [A] is enig aandeelhouder en bestuurder van appellante sub 1 (hierna: [X Beheer B.V.] ).
- ii) [X Beheer B.V.] had drie dochtermaatschappijen: [X Onroerend Goed B.V.] (appellante sub 2, hierna: [X Onroerend Goed B.V.] ), A. [Y Onroerend Goed B.V.] (hierna: [Y Onroerend Goed B.V.] ) en B. [Z Onroerend Goed B.V.] (hierna: [Z Onroerend Goed B.V.] ). De feitelijke werkzaamheden (onder meer horeca-activiteiten) vonden plaats in [X Onroerend Goed B.V.] . In de andere twee werkmaatschappijen was het onroerend goed ondergebracht.
- iii) [de maatschap] is een accountants- en advieskantoor. Vanaf eind 2009 heeft zij diverse opdrachten voor [X c.s.] uitgevoerd. Op deze opdrachten zijn de SRA-voorwaarden van toepassing.
- iv) Bij brief van 5 maart 2010 heeft [de maatschap] aan [X Beheer B.V.] bevestigd dat [X Beheer B.V.] opdracht aan [de maatschap] heeft gegeven om haar te adviseren en te begeleiden bij de overdracht van de aandelen in [X Onroerend Goed B.V.] , [Y Onroerend Goed B.V.] en [Z Onroerend Goed B.V.] aan een nog op te richten vennootschap van zijn dochter [B] . De achtergrond van deze opdracht was de wens van [A] om zijn dochter te laten ingroeien in de ondernemingen van haar vader zodat zij de ondernemingen in de toekomst zou kunnen overnemen.
- v) In een notitie van 16 juli 2010 schrijft [de maatschap] :