ECLI:NL:GHDHA:2019:172
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid vergoedingsbeding in samenlevingscontract wegens strijd met goede zeden en privacy
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen, waarbij zij een samenlevingscontract sloten met een beding dat de man aan de vrouw een vergoeding van €12.000 per jaar samenwoning moest betalen bij beëindiging. De samenwoning eindigde in 2016 en de vrouw vorderde betaling van €74.330 op grond van dit beding.
De rechtbank verklaarde het vergoedingsbeding nietig wegens strijd met goede zeden en onrechtmatig beslag. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het beding was bedoeld om de man financieel gevangen te houden en verhinderde zijn vrijheid om de samenwoning te beëindigen, wat strijdig is met artikel 3:40 BW Pro en het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM Pro.
De vrouw voerde aan dat de Chinese culturele achtergrond het beding rechtvaardigde, maar het hof verwierp dit omdat Nederlands recht van toepassing is en het beding geen alimentatieovereenkomst is. Het hof veroordeelde de vrouw in de proceskosten en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het vergoedingsbeding is nietig verklaard en het beslag van de vrouw op de bankrekening van de man onrechtmatig.