Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 22 januari 2019
Het verloop van het geding
De feiten
Het geschil
- in de voorjaarsvakantie (één week) bij de man zal zijn;
- in de meivakantie één week bij de man en één week bij de vrouw zal zijn;
- in de eerste drie weken van de zomervakantie bij de man zal zijn;
- in de laatste drie weken van de zomervakantie bij de vrouw zal zijn;
- in de herfstvakantie (één week) bij de vrouw zal zijn;
- in de eerste week van de kerstvakantie bij de vrouw zal zijn,
- in de tweede week van de kerstvakantie bij de man zal zijn (ook voor zover deze week in het kalenderjaar 2019 valt);
(het hof leest:)Nederlandse paspoort aan de vrouw uiterlijk op 21 december 2017, althans dat de dwangsom ter zake op nihil wordt gesteld.
Beoordeling van het hoger beroep
”[…] maar zie ik geen concrete aanwijzingen voor een direct voorgenomen onttrekking”. Daarbij komt dat het achterhouden van het paspoort geen geëigend middel is om een ontvoering te voorkomen; indien aan de orde zal de man de aangewezen procedure op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag moeten volgen.