ECLI:NL:GHDHA:2019:1828
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging ouderlijk gezag na langdurige uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam tot beëindiging van haar ouderlijk gezag over haar 16-jarige dochter, die sinds 11 jaar uithuisgeplaatst is. De moeder verzoekt vernietiging van de beschikking en afwijzing van het verzoek tot gezagsbeëindiging. De raad voor de Kinderbescherming verzoekt bekrachtiging van de beschikking.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de samenwerking tussen de moeder en de gecertificeerde instelling goed verloopt, en dat de moeder als vertrouwenspersoon betrokken is bij haar dochter. De minderjarige heeft geen onduidelijkheid over haar opvoedperspectief. De raad uit zorgen over de moeilijkheid om grenzen te stellen, maar deze wegen niet op tegen het belang van family life.
Het hof oordeelt dat beëindiging van het gezag een te verstrekkende maatregel is, zeker gezien de beperkte resterende tijd tot de meerderjarigheid van de minderjarige. De moeder stelt het belang van de minderjarige voorop en de langdurige uithuisplaatsing en overdracht van gezagsbeslissingen aan de gecertificeerde instelling hebben niet geleid tot conflicten. Daarom wordt de bestreden beschikking vernietigd en het verzoek tot gezagsbeëindiging afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder af en vernietigt de bestreden beschikking voor zover het gezag betreft.