Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 16 juli 2019
Het verloop van het geding
Beoordeling van het hoger beroep
arrival noticeop. Hiertoe neemt zij een steekproef van de ontvangen goederen, waarna zij kenmerken van de desbetreffende goederen noteert, waaronder het soort product, het merk, de inhoudsmaat en de douanestatus. Na afgifte van de desbetreffende goederen stelt Top Logistics een zogenoemde
release noticeop, waarop eveneens productkenmerken staan vermeld, alsmede de douanestatus. Voorts biedt Top Logistics aan haar klanten escrow-diensten aan.
(a) degene die inzage, afschrift, uittreksel van bescheiden vordert, daarbij een rechtmatig belang heeft,
(b) het bepaalde bescheiden betreft als bedoeld in voormelde bepalingen, en
(c) deze bescheiden een rechtsbetrekking betreffen waarin degene die deze vordering heeft ingesteld of zijn rechtsvoorgangers, partij zijn. De vordering kan worden ingesteld tegen wederpartijen bij de in art. 843a Rv bedoelde rechtsbetrekking, en tegen derden die bij die rechtsbetrekking geen partij zijn. [2]
ex nuncbeoordeling in hoger beroep van de vraag naar de toewijsbaarheid van de exhibitievordering. Indien uit een in eerste aanleg bevolen exhibitie bescheiden naar boven zijn gekomen die de hoofdvordering onderbouwen, kan dat een bevestiging zijn van (de juistheid van het oordeel van de rechter in eerste aanleg omtrent) de toewijsbaarheid van de exhibitievordering. Omgekeerd geldt dat, indien uit de exhibitie geen bescheiden naar boven zijn gekomen waarmee de hoofdvordering in voldoende mate verder kan worden onderbouwd, dat kan leiden tot het oordeel dat de exhibitievordering ten onrechte was toegewezen.
- op eigen naam en voor rekening en risico, gedecodeerde Hennessy-producten heeft ingevoerd in de EER;
- op eigen naam en voor rekening en risico, communautaire gedecodeerde Hennessy-producten heeft uitgevoerd uit de EER;
- ten behoeve van opdrachtgevers in Nederland communautaire gedecodeerde Hennessy-producten in voorraad heeft gehouden; en/of
- communautaire Hennessy-producten heeft gedecodeerd of heeft laten decoderen ten behoeve van haar opdrachtgevers,
Must we clean again?’), hetgeen wordt bevestigd door de klant. Uit een ander document (een pro forma factuur) blijkt vervolgens dat dit decoderen door Top Logistics wordt uitgevoerd (“
Special agreement: All the goods must be cleaned by TOP Logistics. (…)”). Uit een interne mail binnen Top Logistics blijkt dat wordt gevraagd deze producten gereed te maken voor ‘VAL’ werkzaamheden (Value Added Logistics), zijnde in dit geval om ‘Deco’ (decodeer) werkzaamheden.
Zo beroept Top Logistics zich op onwetendheid. Zij voert aan dat zij niet daadwerkelijk kennis heeft gehad van feiten en omstandigheden op grond waarvan een behoedzame marktdeelnemer de beweerdelijke merkinbreuk door haar klant had moeten vaststellen; daarom is aan het vereiste van een rechtsbetrekking niet voldaan, aldus Top Logistics.
Dit verweer slaagt niet. Top Logistics neemt – naar zij zelf stelt – van elke binnenkomende partij per product een steekproef uit één doos waarbij ook wordt geregistreerd of het product is gedecodeerd; daarnaast is zij als douane-expediteur als geen ander op de hoogte van de douanestatus van de goederen. De combinatie van deze twee, door Top Logistics geregistreerde gegevens maakt dat zij weet, althans redelijkerwijs kan weten, wanneer het gaat om communautaire gedecodeerde Hennessy-producten.
Top Logistics en JMN c.s. hebben ook betoogd dat communautaire gedecodeerde merkproducten niet altijd inbreukmakend zijn omdat er uitzonderingen denkbaar zijn op deze regel, zoals wanneer de waren merkloos zijn, wanneer de invoer geschiedt door of met toestemming van de merkhouder, wanneer de merkrechten ten aanzien van deze producten zijn uitgeput en wanneer de goederen worden gehercodeerd. Dit betoog baat Top Logistics evenwel niet. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat opslag en verhandeling van communautaire gedecodeerde merkproducten in beginsel inbreukmakend is. Top Logistics dient zich daarom te onthouden van het verlenen van diensten met betrekking tot die goederen, tenzij zij redenen heeft om aan te nemen dat een uitzondering van toepassing is. Zij heeft echter niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat deze uitzonderingen in concreto ook daadwerkelijk aan de orde zijn of dat zij reden had om aan te nemen dat de uitzonderingen aan de orde waren.
Top Logistics/Bacardi, zodat zij voor die datum niet onrechtmatig gehandeld kan hebben, aldus Top Logistics. [5]
L’Oréal/eBayover merkinbreuk op elektronische marktplaatsen. [8] Het in dat arrest geschetste beoordelingskader geldt blijkens het arrest
Praagse markthalniet alleen op internet, maar ook in de onderhavige context (de fysieke wereld). [9] Daarbij lijkt terughoudendheid op haar plaats te zijn indien de tussenpersoon zelf geen inbreuk maakt en het dagvaarden van de inbreukmaker evenzeer voor de hand ligt en evengoed mogelijk is als het dagvaarden van de tussenpersoon. [10]
Voorts vormt het uitgevaardigde verbod geen belemmering van het legitieme handelsverkeer; er is geen sprake van een algemeen en permanent verbod om (niet-gedecodeerde) producten voorzien van de merken GLENMORANGIE, HENNESSY en/of BELVEDERE op te slaan, te vervoeren of te verhandelen, of deze handelingen te faciliteren.
Waar bovendien aannemelijk is dat Top Logistics zelf betrokken is bij het decoderen van communautaire producten, is de eerdergenoemde mogelijk te betrachten terughoudendheid niet op haar plaats.
Brein/Ziggo, dat is gewezen na het bestreden vonnis, moet deze grief slagen. [11] De stakingsvordering van MHCS c.s. is terecht (deels) toegewezen. Nu deze vordering moet worden toegewezen op de grondslag van art. 2.22 lid 3 BVIE (implementatie van art. 9 Handhavingsrichtlijn Pro), is – zo moet uit het arrest
Brein/Ziggoworden afgeleid – de Handhavingsrichtlijn van toepassing, en daarmee ook (art. 14 van Pro die richtlijn en) art. 1019h Rv.