Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 9 juli 2019 in het incident ex art. 351 Rv Pro in de zaak van
[appellant] ,
[de curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
Het geding
Beoordeling van het incident
- het vonnis is gebaseerd op feitelijke dan wel juridische misslagen, onder meer waar de rechtbank heeft geconcludeerd dat hij feitelijk beleidsbepaler van [naam] is geweest. Het hoger beroep strekt ertoe dit recht te zetten;
- het thans ten uitvoer leggen van het vonnis – door middel van het aanvragen van het faillissement – zal ertoe leiden dat [appellant] dit hoger beroep niet kan voortzetten. Het faillissement zal er immers toe leiden dat de procedure wordt geschorst. Of deze hierna nog wordt voortgezet is afhankelijk van de in het faillissement aan te stellen curator. Door niettemin tot tenuitvoerlegging over te gaan maakt de curator misbruik van bevoegdheid;
- daar komt nog bij dat [appellant] een restitutierisico loopt indien hij aan de curator betaalt. De stand van de boedel van [naam] is zodanig dat deze betalingen in geval van vernietiging van het vonnis feitelijk niet zullen kunnen worden terugbetaald.
- i) De verzoeker in het incident moet belang hebben bij de door hem verzochte schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad;
- ii) De belangen van partijen moeten worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval, waarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist; uitgangspunt is dat degene die een veroordeling tot betaling van een geldsom heeft verkregen (in casu de curator) wordt vermoed het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad te hebben;
- iii) Bij deze afweging moet worden uitgegaan van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen; de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel blijft in beginsel buiten beschouwing. Hierop kan evenwel een uitzondering worden gemaakt indien het vonnis in eerste aanleg op een klaarblijkelijke feitelijke of juridische misslag berust