ECLI:NL:GHDHA:2019:2031
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning en gezamenlijk gezag levensgezel minderjarige
Verzoekster en verweerster hadden een langdurige affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren. De minderjarige is verwekt tijdens een periode van vreemdgaan door verweerster. Verzoekster wilde vervangende toestemming voor erkenning en gezamenlijk gezag verkrijgen, maar de rechtbank wees dit af. In hoger beroep bevestigt het hof dat verzoekster niet heeft ingestemd met de daad van verwekking, zoals vereist in artikel 1:204 lid 4 BW Pro, omdat de zwangerschap een verrassing was en geen gezamenlijke pogingen voorafgingen.
Het hof overweegt dat de latere verzorging en opvoeding door verzoekster geen instemming met de verwekking impliceert. Ook het beroep op voorstellen van de Staatscommissie Herijking ouderschap leidt niet tot versoepeling van het instemmingsvereiste. Daarom verklaart het hof verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning.
Daarnaast kan verzoekster niet worden toegelaten tot gezamenlijk gezag omdat zij geen juridische ouder is. Het incidenteel appel van verweerster over de omgangsregeling is ingetrokken, zodat het hof daar niet over beslist. De proceskosten worden in hoger beroep niet aan een partij toegewezen, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om vervangende toestemming voor erkenning en het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt bekrachtigd als afgewezen.