Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
en de UITSPRAAK, gehouden en gewezen op 30 augustus 2019.
M.Y. Bonneur, leden,
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
[appellant],
[geïntimeerde],
[appellant]: de heer [appellant], bijgestaan door mr. Visser, voornoemd, en vergezeld door mevrouw [appellant].
[geïntimeerde]: De heer [geïntimeerde]
,bijgestaan door mr. Karacelik, voornoemd, en vergezeld door de heer [geïntimeerde] sr.
Vordering in eerste aanleg, stellingen partijen en de beslissing van de kantonrechter
€ 3.800,--. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt ontruiming van het gehuurde. [appellant] heeft spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat de huurpenningen onderdeel uitmaken van zijn oudedagvoorziening.
[geïntimeerde] heeft gemotiveerd geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.
(€ 1.000,--) en aannemelijk was geworden dat de huur over de maanden juni t/m september 2017 € 1.000,-- per maand bedroeg, terwijl [geïntimeerde] telkens maar € 800,-- per maand had betaald. Daarom moest [geïntimeerde] nog € 800,-- (4x € 200,--) huur over deze maanden betalen. De gevorderde ontruiming is afgewezen, omdat de door de kantonrechter genoemde huurachterstand volgens hem geen ontruiming rechtvaardigde.
Grieven I en IIzijn gericht tegen de toegewezen huurachterstand. Volgens [appellant] had ook nog een bedrag van € 2000,--, te weten de huur over de maanden oktober en november 2017, toegewezen moeten worden.
Grief IIIkomt op tegen het oordeel dat de huurachterstand geen ontruiming rechtvaardigt. Met
grief IVwenst [appellant] de grondslag van zijn vordering tot ontruiming uit te breiden in die zin dat hij zich nu beroept op ontbinding.
Grief 1is gericht tegen het oordeel dat [appellant] een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen.
Grief 2komt op tegen het oordeel dat de huur over de maanden juni t/m september 2017
€ 1.000,-- per maand bedroeg.
Beslissing
en ter zake van het vernietigde deel opnieuw rechtdoende: