Belanghebbende had voor 2015 een persoonsgebonden aftrek van € 4.320 opgevoerd, toegerekend uit de nog niet gebruikte aftrek van de echtgenoot over 2014. De Inspecteur legde conform aangifte de aanslag op, maar later een navorderingsaanslag waarbij deze aftrek niet meer werd toegelaten.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd, omdat zij het beroep van de echtgenoot op dezelfde aftrekpost gegrond achtte. De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelt dat de Inspecteur bij de echtgenoot terecht een inkomen uit aanmerkelijk belang heeft vastgesteld en dat de persoonsgebonden aftrek per 31 december 2014 nihil is. Hierdoor is verrekening met het inkomen van belanghebbende in 2015 niet mogelijk.
Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en bevestigt de uitspraak op bezwaar. De navorderingsaanslag en de belastingrente zijn terecht opgelegd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.