In deze zaak stond verdachte terecht voor meerdere tenlasteleggingen, waaronder schuldheling en het voorhanden hebben van een mobiele telefoon die vermoedelijk door diefstal was verkregen. In eerste aanleg werd verdachte deels vrijgesproken en deels veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraken van twee tenlasteleggingen, omdat hoger beroep daarop niet openstaat. Vervolgens vernietigde het hof het vonnis voor zover het inhoudelijke oordeel betreft en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van het bezit van drugs. Wel achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldheling heeft gepleegd door het voorhanden hebben van een gestolen mobiele telefoon, waarbij hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het goed van misdrijf afkomstig was.
Het hof motiveerde dat verdachte onvoldoende onderzoek had verricht naar de herkomst van de telefoon, die zonder oplader en eigendomsbewijs op straat was verkregen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week, met aftrek van voorarrest. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen vanwege de langere duur van het voorarrest in deze zaak.
De uitspraak werd gedaan door mr. G. Knobbout, mr. L.A.J.M. van Dijk en mr. W.M. Limborgh op 11 oktober 2019.