ECLI:NL:GHDHA:2019:2930
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- J.A. van Kempen
- A.A.F. Donders
- A.J. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in machtigingsprocedure curator tegen executeur-testamentair
In deze zaak staat centraal of verzoeker, executeur-testamentair, als belanghebbende kan worden aangemerkt in een procedure waarbij de curator een machtiging heeft gekregen om een klacht tegen hem in te dienen bij de Raad van Discipline. De kantonrechter had de curator deze machtiging verleend, waarna verzoeker in hoger beroep ging.
Het hof overweegt dat de machtigingsprocedure primair het belang van de curandus dient en dat verzoeker niet als belanghebbende kan worden beschouwd op grond van artikel 798 Rv Pro. De curator voert aan dat verzoeker geen belang heeft bij de procedure en dat het beroep niet in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair is ingesteld.
Het hof volgt deze lijn en oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat hij niet rechtstreeks in zijn rechten of verplichtingen wordt geraakt door de procedure. Tevens wordt verzoeker veroordeeld in de proceskosten van de curator wegens het instellen van een ongegrond hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.