Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
“(…) zoals afgesproken: attached een plaatje van de schuur welke ik wil gaan plaatsen achter mij huis. De schuur komt ruim een meter meer naar voren te liggen dan de (voor)gevel van jouw schuur. Ik zal zorgdragen dat de dakgoot terug geplaatst wordt boven jouw schuur (daar waar mijn schuurtje grenst aan jouw schuur).”
grief 1voeren [appellanten] aan dat de voormalige eigenaren van [perceel 2] net zomin als [appellanten] zelf, toestemming hebben gegeven voor de afbraak van (een deel van) de garage.
Grief 2is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellanten] hun standpunt dat er sprake is van grensoverschrijdende bouw, onvoldoende hebben onderbouwd. Met
grief 3komen [appellanten] op tegen de overweging van de kantonrechter dat, gelet op het moment waarop de nieuwe schuur is gebouwd, [perceel 2] op 31 mei 2011 aan [appellanten] is geleverd in de feitelijke staat waarin het zich ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst op 15 respectievelijk 16 april 2011 bevond. [appellanten] voeren aan dat [geïntimeerden] niet gerechtigd waren om (delen van) de garage af te breken en dat alle vorderingen van de vorige eigenaren op derden bij levering aan [appellanten] zijn overgedragen.