Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest in het incident d.d. 12 november 2019
Het geding
Beoordeling van het incident
Beslissing
de rol van 3 december 2019voor het nemen van memorie van antwoord door geïntimeerde in de hoofdzaak.
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben meerdere woningen. Na een echtscheidingsverzoek heeft de voorzieningenrechter de man veroordeeld om een woning te verlaten, met een dwangsom bij niet-naleving, en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De man ging in hoger beroep en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad totdat het hoger beroep is beslist. Het hof overwoog dat de rechter in eerste aanleg geen gemotiveerde beslissing had gegeven over de uitvoerbaarverklaring, waardoor het hof moest beoordelen volgens vaste criteria uit de rechtspraak.
Het hof constateerde dat de man de andere woning aan de vrouw ter beschikking had gesteld, waardoor het belang bij schorsing was komen te vervallen. Daarom wees het hof het verzoek af en hield de beslissing over de proceskosten aan tot de hoofdzaak. De zaak is verwezen naar de hoofdzaak voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad af wegens het ontbreken van belang.