ECLI:NL:GHDHA:2019:3213
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- F. Ibili
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schorsing uitvoerbaarverklaring bij verkoop gemeenschappelijke woning
Partijen hadden een affectieve relatie die in 2017 eindigde, met twee kinderen die bij de vrouw wonen. Zij waren ongehuwd en kochten in 2012 gezamenlijk een woning met een hypothecaire lening en een terugkoopregeling ten gunste van de verkopende stichting. De man verliet de woning in 2018 en startte een kort geding om de onverdeeldheid van de woning te beëindigen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de vrouw tot medewerking aan taxatie, overname of verkoop van de woning, met dwangsommen bij niet-naleving, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De vrouw stelde dat dit vonnis een definitieve verdeling betrof die niet in kort geding kan worden genomen en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarverklaring.
Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter een juridische misslag beging door een definitieve verdelingshandeling als voorlopige ordemaatregel te nemen, hetgeen voorbehouden is aan de bodemrechter. Daarom schorst het hof de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De kosten van het incident worden gecompenseerd. De zaak wordt verwezen naar de rol voor de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis en compenseert de kosten van het incident.