ECLI:NL:GHDHA:2019:3237
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag wegens onvoldoende vrees kinderontvoering
De vader verzocht om eenhoofdig gezag over de minderjarige, uit het huwelijk met de moeder, vanwege zijn vrees dat de moeder zonder zijn toestemming met het kind naar het buitenland zou emigreren. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigde deze beslissing in hoger beroep.
Het hof overwoog dat de vader onvoldoende feiten had aangevoerd om zijn vrees voor ontvoering te rechtvaardigen. De moeder erkende dat zij niet zonder toestemming van de vader of rechter naar het buitenland zou verhuizen met het kind. Ook werd gewezen op het Haags Kinderontvoeringsverdrag dat bescherming biedt tegen ongeoorloofde overbrenging.
Verder bleek uit de zitting dat de ouders in staat zijn om te communiceren en afspraken te maken over de zorg voor het kind. Er was geen sprake van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders of dat wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk was.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag toe te kennen af en bekrachtigt de bestreden beschikking.