ECLI:NL:GHDHA:2019:3294
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- E.A. Mink
- A.A.F. Donders
- A.J. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging echtscheidingsbeschikking en betaling bruidsgave in Iraanse huwelijkszaak
In deze zaak stond centraal of het in Iran gesloten huwelijk tussen partijen was ontbonden voordat zij zich in Nederland vestigden en of de man de bruidsgave aan de vrouw verschuldigd is. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de man veroordeeld tot betaling van de bruidsgave. De man kwam in hoger beroep en betwistte de echtscheiding en de verplichting tot betaling.
De man stelde dat partijen al jaren eerder in Iran waren gescheiden en dat hij de bruidsgave niet hoefde te betalen. Hij kon echter geen bewijs overleggen van de scheiding en betwistte de juistheid van de verklaringen van de vrouw. De vrouw voerde aan dat volgens het Iraanse recht een man met meerdere vrouwen tegelijk kan zijn gehuwd en dat er geen officiële scheiding was geregistreerd. Zij overlegde een deskundigenbericht ter bevestiging.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de man onvoldoende bewijs had geleverd voor een eerdere scheiding. Ook ten aanzien van de bruidsgave nam het hof de overwegingen van de rechtbank over, waarbij werd vastgesteld dat de bruidsgave opeisbaar is en niet was voldaan. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking en bevestigt dat de man de bruidsgave aan de vrouw moet betalen.