ECLI:NL:GHDHA:2019:3367

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
22-002826-18
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van overtuigend bewijs voor bedreiging met familiedrama

In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven en/of zware mishandeling, specifiek met uitlatingen over een familiedrama en het vermoorden van zijn kinderen. De bedreigingen zouden telefonisch zijn geuit op of omstreeks 5 april 2018 te Rotterdam.

De rechtbank sprak de verdachte in eerste aanleg vrij, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en eiste een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft het bewijs opnieuw onderzocht, waaronder de verklaringen van de aangeefster en de verdachte.

Hoewel de uitlatingen “Ik ga zorgen voor een familiedrama. Ik ga mijn kinderen vermoorden.” zonder meer als bedreiging kunnen worden aangemerkt, ontbrak het het hof aan voldoende steunbewijs om de verdachte hiervoor te veroordelen. De enige getuige die deze uitlating bevestigde was de aangeefster, die bovendien wisselende verklaringen gaf over de volgorde en context van de bedreigingen.

Het hof concludeerde dat de verdachte niet overtuigend kon worden bewezen dat hij de bedreigingen heeft geuit en sprak hem daarom vrij. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende bewijs voor bedreiging.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002826-18
Parketnummer: 10-067262-18
Datum uitspraak: 16 december 2019
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 juni 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1976,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 2 december 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met een bijzondere voorwaarde als nader in de vordering vermeld.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 april 2018 te Rotterdam, althans in Nederland [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (telefonisch via [persoon]) dreigend de woorden toe te voegen "Dus je gaat mij niet helpen? Dan hoop ik dat je vanavond lekker slaapt. Ik ben er klaar mee. Ik ga zorgen voor een familiedrama. Ik ga mijn kinderen vermoorden. Als je wat op het journaal hoort dan was ik het. Ik hoop dat je lekker slaap. Schrijf mijn naam maar op. [verdachte] met een [x].", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de tenlastegelegde bedreiging heeft begaan, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt daarbij dat de verdachte over een gedeelte van de tenlastegelegde uitlatingen heeft verklaard dat het zou kunnen dat hij deze heeft gedaan, maar dat deze uitlatingen noch op zichzelf noch in verband met elkaar bezien zijn te beschouwen als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling.
De tenlastegelegde uitlating “Ik ga zorgen voor een familiedrama. Ik ga mijn kinderen vermoorden.” is zonder meer aan te merken als bedreiging zoals tenlastegelegd, maar voor de overtuiging in weerwil van zijn ontkenning dat de verdachte deze uitlating deed mist het hof het noodzakelijke steunbewijs, nu enkel aangeefster hierover heeft verklaard. Aangeefster heeft bovendien (bij de 112-melding op 5 april 2018 respectievelijk haar aangifte op 6 april 2018) wisselend verklaard over de volgorde waarin de verdachte de tenlastegelegde uitlatingen zou hebben gedaan, zodat het hof ook geen houvast heeft aan duidelijkheid van de context waarin de verdachte samen met de door hem niet tegengesproken uitlatingen de ontkende uitlating zou hebben gedaan. Derhalve put het hof ook uit de context geen steunbewijs voor de voor bewezenverklaring noodzakelijke overtuiging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,
mr. W.A.G.J.W. Ferenschild en mr. A.L. Frenkel, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 december 2019.