ECLI:NL:GHDHA:2019:3737
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in vordering tot herroeping wegens ontbreken kracht van gewijsde
In deze civiele procedure vordert eiser de herroeping van het arrest van het hof Amsterdam van 7 april 2015. Het hof Den Haag beoordeelt de ontvankelijkheid van deze vordering. Volgens artikel 382 Rv Pro kan herroeping alleen plaatsvinden indien de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Het arrest van 7 april 2015 is echter door de Hoge Raad op 16 september 2016 volledig vernietigd, waardoor het niet in kracht van gewijsde is gegaan.
Eiser betoogt dat slechts een deel van het arrest is vernietigd en dat de overige onderdelen wel in kracht van gewijsde zijn gegaan, zodat herroeping mogelijk zou zijn. Het hof wijst dit betoog af omdat de Hoge Raad geen beperkingen aan de vernietiging heeft gesteld, waardoor het gehele arrest is komen te vervallen.
Het hof verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tot herroeping en veroordeelt hem in de proceskosten, bestaande uit griffierecht en advocaatkosten. Deze beslissing is genomen tijdens een openbare terechtzitting op 8 januari 2019.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot herroeping omdat het arrest niet in kracht van gewijsde is gegaan.