ECLI:NL:GHDHA:2019:479

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
1 maart 2019
Publicatiedatum
7 maart 2019
Zaaknummer
22-003238-18
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a lid 5 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor hennepteelt en elektriciteitsdiefstal in Rotterdam

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk telen, bereiden en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten in een pand te Rotterdam, alsmede voor het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit van Stedin Netbeheer BV. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar op, alsmede een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig dagen hechtenis.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter bevestigd. Het hof voegde een aanvullend bewijs toe in de vorm van een proces-verbaal van een politieverhoor waarin een getuige verklaarde dat verdachte betrokken was bij de hennepkwekerij en de deur had geopend en op slot gedaan. Deze verklaring bevestigde de betrokkenheid van verdachte bij de hennepteelt.

De tenlasteleggingen betroffen het telen en aanwezig hebben van circa 415 tot 450 hennepplanten en het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit met het oogmerk zich deze toe te eigenen. Het hof vond geen aanleiding om af te wijken van het vonnis van de politierechter en bevestigde de opgelegde straffen en maatregelen.

De zaak werd behandeld door het Gerechtshof Den Haag op 1 maart 2019, waarbij het arrest op die datum is uitgesproken. De verdachte heeft geen nieuwe verweren of feiten aangevoerd die tot een andere beslissing konden leiden.

Uitkomst: Bevestiging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van tachtig uur voor hennepteelt en elektriciteitsdiefstal.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003238-18
Parketnummers: 10-106826-18 en 09-817234-17 (TUL)
Datum uitspraak: 1 maart 2019
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2018 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sierra Leone) op [geboortejaar] 1985,
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 15 februari 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder
1 primair en 2 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij en is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd als nader in het vonnis vermeld. Tevens is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijke veroordeling als nader in het vonnis vermeld.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1:
hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 31 mei 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan het [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 415 en/of 450 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 31 mei 2018 te Rotterdam met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan het [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 415 en/of 450 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 31 mei 2018 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2:
hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 31 mei 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Stedin Netbeheer BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 31 mei 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een pand gelegen op/aan het [adres]) heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven personen en/of zijn/haar/hun mededaders en/of aan verdachte,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven personen voornoemd pand (waar in/uit die elektriciteit is weggenomen) ter beschikking te stellen.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.
Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof vult de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan met het volgende bewijsmiddel:
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 juni 2018 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2018162302-31. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 42-46):
als de op 1 juni 2018 afgelegde verklaring van [getuige]:
V: Jij bent aangehouden in een hennepkwekerij op de [adres]. Hoe zit dat.
A: Ja, afgelopen woensdag zat ik met mijn vriendinnen in een café in Den Haag en die donkere man benaderde ons voor schoonmaakwerk. Ik denk dat het dezelfde man was als die in de woning was. Wij zijn met hem naar het adres gegaan waar u ons heeft aangetroffen. Wij zijn samen met hem naar binnen gegaan. Hij heeft de deur geopend. Toen wij binnen waren heeft de donkere man de deur op slot gedaan en gezegd dat dit schoongemaakt moest worden.
V: wat moest schoongemaakt worden.
A: Hennep. De blaadjes van de hennep.
V: Hoe zijn jullie met de donkere man naar Rotterdam gegaan.
A: De donkere man heeft ons met een auto gebracht. Het is een donkere blauw/zwarte kleur.
V: Wie waren er nog meer in de woning
A: Wij de vrouwen en de donkere man, later was er nog een blanke man.
V: Is de donkere man ook door de politie aangehouden.
A: Ja.
Toevoeging hof: De verdachte was de donkere man die door de politie in de woning is aangehouden.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk,
mr. A.E.A.M. van Waesberghe en mr. A.J.P. van Essen, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 maart 2019.