ECLI:NL:GHDHA:2019:479
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor hennepteelt en elektriciteitsdiefstal in Rotterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk telen, bereiden en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten in een pand te Rotterdam, alsmede voor het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit van Stedin Netbeheer BV. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar op, alsmede een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig dagen hechtenis.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter bevestigd. Het hof voegde een aanvullend bewijs toe in de vorm van een proces-verbaal van een politieverhoor waarin een getuige verklaarde dat verdachte betrokken was bij de hennepkwekerij en de deur had geopend en op slot gedaan. Deze verklaring bevestigde de betrokkenheid van verdachte bij de hennepteelt.
De tenlasteleggingen betroffen het telen en aanwezig hebben van circa 415 tot 450 hennepplanten en het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit met het oogmerk zich deze toe te eigenen. Het hof vond geen aanleiding om af te wijken van het vonnis van de politierechter en bevestigde de opgelegde straffen en maatregelen.
De zaak werd behandeld door het Gerechtshof Den Haag op 1 maart 2019, waarbij het arrest op die datum is uitgesproken. De verdachte heeft geen nieuwe verweren of feiten aangevoerd die tot een andere beslissing konden leiden.
Uitkomst: Bevestiging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van tachtig uur voor hennepteelt en elektriciteitsdiefstal.