ECLI:NL:GHDHA:2019:821
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoorplicht en naheffingsaanslag parkeerbelasting in hoger beroep
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag van €64,90 opgelegd wegens het niet voldoen van parkeerbelasting op een door parkeerapparatuur gereguleerde plek. Zij maakte bezwaar met het argument dat er sprake was van in- en uitstappen van personen, en verzocht om een hoorzitting. De heffingsambtenaar nodigde haar tweemaal uit voor een hoorgesprek, maar zij reageerde niet.
De Rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de ambtenaar voldoende pogingen had gedaan om belanghebbende te horen, en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd gezien de feitelijke parkeeromstandigheden. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof bevestigde het oordeel van de Rechtbank. Het stelde vast dat belanghebbende en haar gemachtigde niet hadden gereageerd op de uitnodigingen voor een hoorgesprek en dat zij vooral hadden aangestuurd op terugwijzing van de zaak vanwege vermeende schending van de hoorplicht. Het Hof achtte de naheffingsaanslag terecht opgelegd en zag geen reden tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de hoorplicht niet is geschonden en verklaart het beroep ongegrond, waarbij de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.