De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens winkeldiefstal bij Hoogvliet. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van medeplegen, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
Het hof achtte echter wel bewezen dat de verdachte op 31 juli 2018 te Bilthoven levensmiddelen heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Het verweer dat het oogmerk ontbrak, werd verworpen omdat verdachte de feitelijke heerschappij over de goederen had verkregen door deze in de tas van haar dochter te doen en dicht te ritsen.
De straf is bepaald op drie weken gevangenisstraf, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof nam hierbij mee dat verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld was voor soortgelijke feiten, hetgeen recidive betreft. De gedeeltelijke vrijspraak en de strafoplegging zijn zorgvuldig gemotiveerd en het vonnis is gewezen door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.