ECLI:NL:GHDHA:2020:1185
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs straatroof in hoger beroep
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam is de verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde straatroof. Het hof oordeelde dat de waarnemingen van de wijkagent met betrekking tot de kleding en het uiterlijk van de verdachte onvoldoende specifiek waren om met zekerheid vast te stellen dat de verdachte op de foto stond. De verbalisant kon de verdachte niet volledig herkennen en er ontbrak ander overtuigend bewijs.
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor het onder 1 ten laste gelegde feit en vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. In hoger beroep werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor zover het hoger beroep betrekking had op de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde, omdat hoger beroep tegen een vrijspraak niet openstaat voor de verdachte.
De benadeelde partij had een schadevergoedingsvordering ingediend, maar deze werd in hoger beroep afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Er was onvoldoende grond om de vordering toe te wijzen en de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door het hof Den Haag op 5 februari 2020 en bevestigt het belang van voldoende en overtuigend bewijs voor een veroordeling in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van straatroof en vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.