ECLI:NL:GHDHA:2020:1200
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingrente bij uitstel van aangifte en toepassing algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2016 een aanslag IB/PVV opgelegd met een bedrag van € 2.266 en werd € 95 aan belastingrente in rekening gebracht. De Rechtbank vernietigde de beschikking belastingrente en oordeelde dat de Inspecteur onzorgvuldig handelde door niet te wijzen op mogelijke rente bij uitstel van aangifte. De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Tijdens de behandeling stelde het Hof vast dat de aanslag overeenkomstig de ingediende aangifte was vastgesteld en dat belanghebbende tijdig binnen de verleende uitsteltermijn aangifte had gedaan. De Inspecteur stelde dat belanghebbende op de voorlopige aanslag had kunnen reageren om rente te voorkomen, maar het Hof vond dat de Inspecteur onvoldoende rekening hield met de verzuimgedachte achter de belastingrente en dat de handelwijze van de Inspecteur niet zonder meer op de belanghebbende mocht worden afgewenteld.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank, verklaarde het hoger beroep ongegrond en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. De Inspecteur werd tevens het griffierecht van het hoger beroep opgelegd. Het Hof wees een integrale proceskostenvergoeding af omdat geen sprake was van een kansloos standpunt of ernstige onzorgvuldigheid van de Inspecteur.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond en bevestigt de vernietiging van de beschikking belastingrente.