ECLI:NL:HR:2001:AB0764
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over heffingsrente omzetbelasting wegens onvoldoende motivering
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1991-1993, inclusief een beschikking tot heffingsrente. De Inspecteur handhaafde de heffingsrente na bezwaar. Het Hof vernietigde deze uitspraak en beperkte de heffingsrente tot de tot en met 30 juni 1992 verschuldigde belasting, vanwege onzorgvuldig handelen van de Belastingdienst.
Belanghebbende stelde in cassatie dat zij overeenkomstig een afspraak met de Belastingdienst had gehandeld en dat de Belastingdienst zelf verwijtbaar had gehandeld. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had vastgesteld wat de grondslag was voor de berekening van de heffingsrente, omdat niet duidelijk was welke belasting tot 30 juni 1992 verschuldigd was.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het beroep op een afspraak met de Belastingdienst en het begunstigende beleid voor startende ondernemers, omdat deze niet van toepassing waren. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.