ECLI:NL:GHDHA:2020:123
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Analoge toepassing artikel 130 lid 3 Rv bij eisvermeerdering na onttrekking advocaat verweerder
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam. Na het indienen van de memorie van grieven en incidentele vorderingen heeft de advocaat van appellant zich onttrokken, waarna geïntimeerde CETLE haar eis heeft vermeerderd in een memorie van antwoord.
Het hof oordeelt dat artikel 130 lid 3 Rv Pro, dat eisvermeerdering zonder kennisgeving aan de gedaagde verbiedt, analoog moet worden toegepast. Hoewel appellant zelf in het geding is verschenen, is zijn advocaat vertrokken en is er geen nieuwe advocaat gesteld, waardoor appellant vermoedelijk niet op de hoogte is van de eisvermeerdering.
Het hof geeft CETLE de gelegenheid om de memorie van antwoord met eisvermeerdering aan appellant te betekenen en stukken te overleggen waaruit blijkt dat deze betekening tijdig heeft plaatsgevonden. De verdere beslissing wordt aangehouden. Tevens wordt CETLE verzocht aanvullende stukken te fourneren die niet in het hofdossier zaten.
De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 10 maart 2020 voor verdere afhandeling.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rolzitting voor betekening van de eisvermeerdering aan appellant.