Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 14 juli 2020
Interport B.V.,
Vehco B.V. (voorheen: Groeneveld ICT Solutions B.V.),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
b. Bevat de in de e-mail van Interport ([betrokkene 1]) van 9 juni 2011 aan Groeneveld gegeven beschrijving van de tariefstructuur voor TNT nieuwe eisen ten opzichte van de e-mails van Interport van 4 en 8 oktober [bedoeld is:
c. Voor het geval u vraag (a) bevestigend beantwoordt: is het redelijkerwijs mogelijk de (standaard) programmatuur van Groeneveld zodanig aan te passen dat zij wel geschikt is om zendingen van TNT te kunnen verwerken?
d. Heeft u verder nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang (kunnen) zijn?
‘
Antwoord op vraag a
Antwoord op vraag b
bevat geen nieuwe eisenten opzichte van de e-mails van 4 en 8 november 2010.
is niet onderbouwd en ondersteun[t] mijn conclusie niet.
Antwoord op vraag c
Antwoord op vraag d
- dat een (fatale) leveringstermijn is overeengekomen en dat Groeneveld door de overschrijding van die termijn in verzuim gekomen;
- dat zij in haar e-mail van 10 november 2011 Groeneveld (voldoende) in gebreke heeft gesteld;
- dat gelet op de door Interport genoemde omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kon blijven, althans een beroep op het ontbreken daarvan in strijd is met de redelijkheid en billijkheid;
- dat Interport uit een mededeling van Groeneveld kon opmaken dat Groeneveld niet meer zou nakomen.
Due Dateen de
Actions/Updates. In de action tracker van 31 augustus 2011 staat onder
Due Date: 5 september 2011 en onder
Actions/Updates: ‘Berekening tarieven nog onjuist. Definitieve oplossing Release 2011-2. Oplossing tot JUL/AUG = handmatig. Komt in patch 6 beschikbaar. Werkt niet na Patch6’. In de action trackers van 6 en 9 september 2011 wordt bij ‘TNT inrichting’ hetzelfde vermeld. In de daarop volgende action trackers van 21 september 2011, 26 september 2011, 6 oktober 2011, 10 oktober 2011 en 12 oktober 2011 – de laatste – staat bij ‘TNT inrichting’ onder
Due Dateeen vraagteken en onder
Action/Updates: ‘Release 2011-3 Geen totale oplossing – extra laad-losadressen werkt dan nog niet’. In die laatste action tracker worden bij andere issues als
Due Dates13 of 14 oktober 2011 dan wel een vraagteken vermeld. Uit de action trackers blijkt dat Groeneveld wat betreft de voortgang van de TNT-functionaliteit de eerder genoemde datum van 5 september 2011 niet heeft gehaald en dat zij vanaf 21 september 2011 geen datum meer opgeeft. Interport heeft in dit verband, onder verwijzing naar de op 10 oktober 2011 tussen partijen gevoerde e-mailcorrespondentie, gesteld dat in oktober 2011 Groeneveld de problemen niet had opgelost en dat de nieuwe opleveringsdatum van 1 november 2011 ineens een mogelijke of fictieve opleverdatum werd. In het licht hiervan kan het betoog van Groeneveld dat ten tijde van ontbinding bijna geen issues meer openstonden, niet worden gevolgd. Dat, zoals Groeneveld stelt, de action tracker een voortgangstool is, staat er niet aan de weg dat op enig moment de problemen opgelost moeten zijn. Vanzelfsprekend kan de action tracker zelf niet worden aangemerkt als ingebrekestelling – dat heeft Interport ook niet gesteld – maar de daarin genoemde data en de voortgang zijn wel omstandigheden die relevant zijn bij de beoordeling of de e-mail van 10 november 2011 moet gelden als een ingebrekestelling dan wel of verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden.
Is voor de nakoming geen termijn bepaald, dan treedt volgens art. 6:82 lid 1 BW Pro het verzuim in, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. De functie van een ingebrekestelling is om de schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven en aldus te bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim is. De lengte van de termijn voor nakoming die aan de schuldenaar moet worden gegeven, hangt van de omstandigheden af. Een relevante omstandigheid is de tijd die de schuldenaar vóór de aanmaning heeft gehad om zich voor te bereiden. In de meeste gevallen staat het de schuldenaar niet vrij om te wachten met het verrichten van voorbereidende handelingen tot hij aangemaand wordt. Bij het oordeel over de redelijkheid van de lengte van de termijn die aan de schuldenaar voor nakoming wordt gegeven, dient de tijd te worden betrokken die de schuldenaar vóór de aanmaning heeft gehad om zich voor te bereiden. Daarbij geldt dat het de schuldenaar in de meeste gevallen niet vrijstaat om te wachten met de voorbereidende handelingen tot hij aangemaand wordt. Dit betekent dat termijnen die eerder zijn gesteld en het eerder door de schuldeiser sommeren van de schuldenaar, van belang kunnen zijn bij de beoordeling van de redelijkheid van de in een aanmaning gestelde termijn. Dat de schuldeiser voorafgaand aan de aanmaning termijnen heeft gesteld of de schuldenaar heeft gesommeerd, kan meebrengen dat de in de aanmaning gestelde termijn korter mag zijn dan wanneer de schuldenaar niet al eerder een termijn was gesteld of gesommeerd. Ook door de schuldenaar zelf gewekte verwachtingen ten aanzien van de termijn van nakoming wegen daarbij mee. De omstandigheden dat die eerdere termijnen geen fataal karakter hadden en dat de eerdere sommaties niet aan de vereisten van een ingebrekestelling voldeden, staan niet eraan in de weg dat zij kunnen leiden tot verkorting van de termijn die de schuldenaar bij een daarop volgende aanmaning moet worden gegeven om na te komen, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar in verzuim komt.
Due Datessteeds opgeschoven, terwijl Groeneveld vanaf oktober 2011 geen data meer kon of wilde noemen. Naar Interport bovendien heeft gesteld, en Groeneveld niet gemotiveerd heeft betwist, zouden de gebruiksrechten van de programmatuur van Interport op 1 januari 2012 komen te vervallen en zou Interport op die datum het gebruik daarvan moeten staken. Zoals Interport in haar e-mail van 10 november 2011 had aangegeven, werd de tijd dus inmiddels heel krap. Uit de action trackers volgt dat een termijn voor de oplossing van issues regelmatig op enkele dagen werd gesteld. Een termijn van enkele dagen was dus tussen partijen niet ongebruikelijk. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat Interport in haar e-mail 10 november 2011, inhoudend dat zij ervan uitgaat dat de openstaande issues ‘deze week’ worden opgelost, in dit geval geen onredelijke termijn aan Groeneveld heeft gesteld. Voor zover geoordeeld moet worden dat deze e-mail geen ingebrekestelling inhoudt, geldt dat Groeneveld niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd, wat in de gegeven omstandigheden wel van haar verwacht had mogen worden. Uit deze houding van Groeneveld heeft Interport mogen afleiden dat een (nadere) aanmaning nutteloos zou zijn, zoals bedoeld in artikel 6:82 lid 2 BW Pro. In haar brief van 16 november 2011, waarbij Interport tevens de overeenkomst tussen partijen heeft ontbonden, heeft zij medegedeeld dat zij als gevolg van de tekortkomingen van Groeneveld aanzienlijke schade heeft geleden die zij op Groeneveld zal verhalen. Naar het oordeel van het hof kan deze brief dan ook worden aangemerkt als een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat Groeneveld voor het uitblijven van nakoming aansprakelijk wordt gesteld. De conclusie luidt dat het verzuim van Groeneveld in ieder geval op dat moment is ingetreden. Voor zover Interport niet reeds bevoegd was de overeenkomst bij brief van 16 november 2011 te ontbinden, heeft zij dat alsnog rechtsgeldig gedaan bij brief van haar advocaat van 24 november 2011.