De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens het gebruik van een vals Pools rijbewijs tijdens een verkeerscontrole in Delfgauw. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs en de argumenten van de verdediging onderzocht, waarbij de verdediging stelde dat de verdachte niet opzettelijk handelde omdat hij dacht dat het rijbewijs echt was. Het hof oordeelde echter dat opzet, ook in voorwaardelijke zin, aanwezig was omdat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het document vals was.
De verklaring van verdachte dat hij het document van onbekende personen had gekocht zonder officiële verificatie, leidde tot de conclusie dat hij bewust de risico's accepteerde. Het hof bracht een aanvulling aan op de motivering van de bewezenverklaring maar veranderde de uitkomst niet. Het vonnis van de politierechter werd bevestigd.
Het arrest werd uitgesproken door mr. Kaptein, mr. Geelhoed en mr. Abels op 10 augustus 2020, waarbij mr. Abels en de griffier het arrest niet konden medeondertekenen.