ECLI:NL:GHDHA:2020:1532
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- J.J.H.M. van Gennip
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens bestuurlijke boeten inzake verzuim belastingaangifte
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens het niet tijdig doen van belastingaangiften over de jaren 2014 en 2015, waardoor te weinig belasting zou zijn geheven. De politierechter veroordeelde de verdachte in eerste aanleg tot een taakstraf van 72 uren, subsidiair 36 dagen hechtenis. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof heeft in hoger beroep vastgesteld dat voor dezelfde feiten verzuimboeten zijn opgelegd aan de verdachte voor de aanslagjaren 2014 en 2015. Deze bestuurlijke boeten hebben dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging, zoals bedoeld in artikel 243, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in samenhang met artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Op grond van artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering leidt dit tot het einde van de strafzaak. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. De zaak werd daarmee definitief beëindigd zonder strafoplegging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het opleggen van bestuurlijke boeten voor dezelfde feiten.