Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 1 september 2020
AEGON Schadeverzekering N.V.,
[geïntimeerde] ,
Het verloop van de procedure in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
hardeduw is geweest, zodanig dat deze een
gewelddadigkarakter had, zoals Aegon betoogt. Aegon stelt dat [geïntimeerde] bewust de discussie aanging met zijn buurvrouw en haar aan het einde van die discussie “bewust hard van zich af duwde”. Eerder heeft de strafrechter mede op basis van het NFI-rapport van 16 maart 2016 (prod. 3 [geïntimeerde] ) uitdrukkelijk niet bewezen geacht dat [geïntimeerde] [slachtoffer]
krachtigheeft geduwd (prod. 4 [geïntimeerde] , p. 4). Ook de rechtbank heeft dit niet aangenomen en is ervan uitgegaan (r.o. 5.27) dat het ging om een “droge duw”, zonder risicoverhogende factoren, en dat niet kan worden uitgesloten dat de blauwe plekken op de schouders van [slachtoffer] het gevolg zijn geweest van de medische handelingen nadien. Het hof acht dit oordeel van de rechtbank juist en neemt het over. Aegon heeft haar stelling dat sprake is geweest van een duw met een gewelddadig karakter en gericht op het uit evenwicht brengen van [slachtoffer] , in het licht van het NFI-rapport en het oordeel van de strafrechter niet voldoende (nader) toegelicht en onderbouwd. Een duidelijke toelichting op dit punt had te meer op de weg van Aegon gelegen, nu zij in haar memorie van grieven verder ook spreekt over (bewust hard) “van zich af duwen”, respectievelijk (naar achteren) “wegduwen”, hetgeen op zich nog niet duidt op gewelddadig ten val brengen.