Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Digital Revolution B.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Developer and image
Developing unit and
Developing devices for printers’;
removable toner cartridge
Abstract’ van US 608 luidt als volgt:
systems and methods for
Abstractvan US 292 luidt:
method and
cleaning
3.Het geschil in eerste aanleg en in hoger beroep
4.Beoordeling
kanbeslaan, welke bladspiegel immers vanwege de in de praktijk aangehouden marges smaller zal zijn dan de breedte van het papier en van de fotogeleider en reinigingsruimte. De testpagina die in het door DR c.s. overgelegde COT-rapport is gebruikt bevestigt dat. Anders dan DR c.s. stelt geeft de beschrijving de gemiddelde vakman echter geen aanleiding om ‘middendeel’ zo te begrijpen dat het
noodzakelijkerwijsoverstemt met de reguliere bladspiegel. EP 537 leert dat – ook binnen de breedte van de reguliere bladspiegel – de ophoping van afvaltoner in het midden,
ten opzichte vande verder naar buiten gelegen einddelen, relatief groter, en daarmee problematischer zal zijn (vgl. par 75: “
As the center portion of the photoconductive drum 1 in the side-to-side lengthwise axis F is primarily used in forming an imageas compared to the end portions, waste toner may be mainly generated in the center portion”, onderstreping van hof). Aan de precieze breedte van het middendeel komt daarbij geen betekenis toe. Of zich in dat beperktere middendeel ook de
meesteafvaltoner zal ophopen, in vergelijking met andere delen binnen de reguliere bladspiegel, is daarbij evenmin relevant.
eenmiddendeel van de fotogeleider en niet
hetmiddendeel daarvan, zonder enige beperking betreffende de precieze breedte daarvan.
bestaanvan het in par. 75 van EP 537 beschreven ophopingsprobleem niet plausibel acht. Integendeel, in par. 6.8 MvG wordt het ophopingsprobleem en het dientengevolge weglekken van toner, door DR c.s. expliciet ‘evident’ geacht. Daarmee is niet te verenigen – en is derhalve niet aannemelijk – dat de gemiddelde vakman het ophopingsprobleem niet plausibel zou achten.
opgelostdoor toepassing van de maatregelen van conclusies 1 en 2, omdat de gemiddelde vakman zou menen dat het dieper gelegen deel geen verspreidingsfunctie zou (kunnen) hebben, wordt bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing daarvoor door DR c.s., op wie ter zake de bewijslast rust, verworpen, waartoe het hof als volgt overweegt.
The opposition division disagrees with the opponent in this respect and is of the opinion that the distinguishing features of claim 1 have the technical effect of enabling to disperse and direct waste toner collected by the cleaning unit in a central portion both towards the axially outer ends of the photoconductor and towards the waste container, in particular when the cleaning unit tends to get full with accumulated waste toner.”
volledigzal vullen met afvaltoner, voordat er van verplaatsing sprake zal zijn en dat de gemiddelde vakman dan zal inzien dat die berg opgehoopte afvalpoeder inmiddels te zwaar is om nog door de kracht van nieuw aangevoerde afvaltoner te kunnen worden verplaatst.
andis gradually transferred to the connecting area (…) (onderstreping hof). Deze zinsnede heeft betrekking op het ophopingsprobleem, en niet op het klonterprobleem dat pas in de daaropvolgende zinnen en paragrafen wordt beschreven. Dat de gemiddelde vakman zou aannemen dat in de beschrijving met bewoordingen als ‘fully fills the cleaning area’, letterlijk bedoeld zou zijn ‘tot de nok gevuld en tot aan de grens van reinigingsruimte 21’ zoals door DR c.s. verdedigd, is derhalve geen realistische en daarmee geen redelijke lezing van de beschrijving, met een ‘mind willing to understand’ zoals de gemiddelde vakman geacht wordt te doen.
geklonterdeafvaltoner los te maken en in beweging te brengen, waarop DR c.s. verder heeft gewezen, leidt evenmin tot de conclusie dat de gemiddelde vakman ervan zou uitgaan dat het ophopingsprobleem niet kan worden opgelost zonder transportorgaan. De gemiddelde vakman zal inzien dat de functie daarvan immers niet is gelegen in het transporteren van afvaltoner in het algemeen. Die functie wordt immers vervuld door de kracht van nieuw aangevoerd afvaltoner zoals beschreven in de eerste helft van par. 62 (kolom 8, r. 44-48). Het transportorgaan heeft als doel de geklonterde afvaltoner af te voeren en eventueel aangekoekte afvaltoner los te maken.
mogelijkheiddat het klonterprobleem zich voordoet staat ook niet in de weg aan de nawerkbaarheid en industriële toepasbaarheid van de oplossing van het ophopingsprobleem door toepassing van het dieper gelegen deel zoals door conclusies 1 en 2 onder bescherming gesteld. Niet bestreden is dat de beschrijving de gemiddelde vakman in staat stelt zonder
undue burdeneen inrichting volgens conclusies 1 en 2 te vervaardigen en dat deze kan worden toegepast in een printer. Het hof verenigt zich met en neemt over hetgeen de rechtbank ter zake in r.o. 4.7 van het bestreden vonnis heeft overwogen. Daarmee is de nawerkbaarheid gegeven. Dat de uitvinding volgens conclusies 1 en/of 2 niet nawerkbaar of niet industrieel toepasbaar zou zijn, wordt bovendien gelogenstraft door het feit dat DR c.s. onbestreden probleemloos functionerende cartridges heeft geproduceerd en op de markt gebracht, waarin de maatregelen van conclusies 1 en 2 (maar niet een transportorgaan) zijn opgenomen.
zijwaarts; schuin
neerwaarts is in US 608 ook in deze uitleg niet geopenbaard. Het feit dat bij de inrichting volgens US 608 de onderwand van de afvaltonerhouder schuin naar beneden afloopt in de richting van de fotogeleider, waarop DR c.s. heeft gewezen, maakt dat niet anders.
problem solution approachanalyse te hebben gemaakt formuleert DR c.s. het op te lossen objectieve probleem als ‘het tegengaan van drukopbouw van met name in het midden ophopende afvaltonerpoeder om terugval c.q. lekkage daarvan te voorkomen’. Deze probleemstelling getuigt van
hindsightdoor daarin het op de prioriteitsdatum in de stand van de techniek niet bekende probleem van afvaltonerophoping in het middendeel van de reinigingsruimte op te nemen, waarmee het tevens een ongeoorloofde
pointernaar de oplossing bevat. Reeds daarom kan de op die probleemstelling gebaseerde inventiviteitsaanval niet slagen.
zoukomen. Het combineren van de verschillende constructieve maatregelen uit diverse combinaties van die documenten berust derhalve op
hindsighten kan aan de inventiviteit van conclusies 1 en 2 van EP 537 niet afdoen.
zoukomen. Anders dan DR c.s. (in 9.4.6 MvG) stelt, is het feit dat de gemiddelde vakman de inrichting
kanontwerpen door enkel twee bestaande inrichtingen op hetzelfde gebied te combineren zonder daarbij obstakels op zijn weg te vinden, onvoldoende om aan te nemen dat de uitvinding voor de hand liggend is.
daarnaastvan de constructieve maatregelen volgens conclusie 1 van EP 537 – op EP 537 geen inbreuk zou maken. Verdere inbreukverweren heeft DR c.s. niet gevoerd.
partial problemsbenadering, door de inventiviteit van ieder van de door de onderconclusies toegevoegde maatregelen afzonderlijk te beoordelen. Daarbij verliest Samsung uit het oog dat die benadering alleen niet is toegelaten indien en voor zover daadwerkelijk sprake is van een combinatie-uitvinding. Daarvoor is vereist dat met de verschillende maatregelen van een conclusie een gecombineerd synergetisch effect wordt bereikt. Indien de verschillende maatregelen enkel zijn samengevoegd, zonder dat sprake is van een gecombineerd effect dat boven de optelsom van de individuele effecten van de afzonderlijke maatregelen uitstijgt, is geen sprake van een combinatie-uitvinding en dient de inventiviteit van de verschillende maatregelen afzonderlijk te worden beoordeeld.
dat artikel 8, lid 1, van verordening nr. 6/2002 uitsluit dat uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel op grond van het gemeenschapsmodellenrecht worden beschermd wanneer andere overwegingen dan de noodzaak dat het voortbrengsel zijn technische functie vervult, met name overwegingen met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze van die kenmerken, ook al zijn er andere modellen waarmee dezelfde functie kan worden vervuld”. Vastgesteld dient derhalve te worden of de hiervoor besproken uiterlijke kenmerken van GM 687 en GM 551
uitsluitendtechnisch zijn bepaald, dan wel of bij de vormgeving daarvan ook andere factoren een rol hebben gespeeld. In dat verband heeft het HvJ EU overwogen “
dat voor de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald, nagegaan moet worden of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken, en dat in dit verband niet doorslaggevend is of er alternatieve modellen zijn.”. Gelet op deze rechtsoverweging is dus niet doorslaggevend dat hetzelfde technische effect bereikt had kunnen worden met een op andere wijze vormgegeven ribbel- of rasterpatroon, of handvat, waarvoor volgens Samsung vele mogelijke varianten zouden bestaan.