ECLI:NL:GHDHA:2020:1632
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot lijfsdwang wegens niet-naleving contact- en gebiedsverbod in zorgcomplex
Zorgpartners Midden-Holland verhuurt woningen in een zorgcomplex aan kwetsbare ouderen en verleent daarbij zorg. Geïntimeerde huurde van 2015 tot 2016 een woning in het complex, maar werd wegens overlast ontruimd. Ondanks een vaststellingsovereenkomst die hem verbood het complex te betreden en contact te zoeken met Zorgpartners, bleef hij dit doen en veroorzaakte overlast.
De voorzieningenrechter legde een contact- en gebiedsverbod op met dwangsommen en weigerde machtiging tot lijfsdwang. Zorgpartners vorderde in hoger beroep alsnog machtiging tot lijfsdwang gekoppeld aan niet-betaling van dwangsommen. Het hof overweegt dat lijfsdwang slechts kan worden toegepast als ultimum remedium en niet gekoppeld mag worden aan het niet betalen van geldbedragen.
Het hof oordeelt dat de dwangsommen en beslaglegging op de WAO-uitkering onvoldoende zijn om lijfsdwang toe te staan en dat Zorgpartners niet aannemelijk heeft gemaakt dat andere dwangmiddelen niet volstaan. Ook is onduidelijk welke overtredingen na het vonnis zijn begaan. Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat machtiging tot lijfsdwang niet toewijst.