ECLI:NL:GHDHA:2020:1678
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie fiscale verdeling eigenwoningforfait en partneralimentatie 2016
Belanghebbende en zijn ex-partner waren in 2016 fiscale partners, maar hebben geen onderlinge verhouding gekozen voor de verdeling van het saldo van de inkomsten en aftrekposten eigen woning. Belanghebbende nam het volledige bedrag aan hypotheekrente en de helft van het eigenwoningforfait in zijn aangifte op, terwijl zijn ex-partner slechts 45% van de helft van het eigenwoningforfait en hypotheekrente aangaf. De Inspecteur corrigeerde dit naar een gelijkmatige verdeling van het saldo.
De Rechtbank oordeelde dat zonder gezamenlijke keuze de wet bepaalt dat het saldo voor de helft bij ieder van de fiscale partners moet worden toegerekend. De betaling van hypotheekrente door belanghebbende rechtvaardigt geen afwijking van deze verdeling. Ook de aftrek van partneralimentatie werd afgewezen omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat de betalingen voldeden aan de wettelijke vereisten voor onderhoudsverplichtingen.
Het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak na behandeling van het hoger beroep. Het vond de motivering van de Rechtbank begrijpelijk en juist en wees het beroep van belanghebbende af. Er werden geen proceskosten toegekend. Het arrest is op 17 september 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.