ECLI:NL:HR:2021:1059
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016, inclusief de beschikking over belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee is het arrest van het Gerechtshof Den Haag bekrachtigd en blijft de aanslag en de belastingrente ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag wordt bekrachtigd.