ECLI:NL:GHDHA:2020:1875
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen gebrek door nachtstand blokverwarming in huurwoning
De zaak betreft een geschil tussen huurders en verhuurder over de centrale blokverwarming in een appartementencomplex. De huurders stelden dat de nachtstand van de verwarming, waarbij tussen middernacht en zes uur 's ochtends minder warmte wordt geleverd, een gebrek aan de woning oplevert en vorderden herstel en schadevergoeding.
De kantonrechter wees de vorderingen af omdat niet was vastgesteld hoe laag de temperatuur daadwerkelijk daalde en omdat de woning snel weer op temperatuur kwam. In hoger beroep bevestigde het hof dat de nachtstand inherent is aan blokverwarming en dat de huurders dit bij het aangaan van de huurovereenkomst hebben geaccepteerd. Er was geen bewijs dat de temperatuur zodanig daalde dat het woongenot werd aangetast.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van de huurders wegens onvoldoende onderbouwing en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. De huurders werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van de huurders worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.