Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
2.Verdere beoordeling
3.Beslissing
- veroordeelt [geintimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 15.974,21, verminderd met (€ 245,91 + wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) vanaf 8 december 2016 tot 8 januari 2018) en verminderd met (€ 880,92 + wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) vanaf 28 februari 2016 tot 8 januari 2018), dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) vanaf 8 januari 2018;
- veroordeelt [geintimeerde] in de beslagkosten van [appellant] ten bedrage van € 526,93;
- veroordeelt [geintimeerde] in de proceskosten van de eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] tot aan de datum van het bestreden vonnis begroot op € 600;
- veroordeelt [geintimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van [appellant] begroot op € 7.977,74 tot op heden, en op € 131 voor het nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van de betreffende termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest wat deze veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.