Uitspraak
Arrest van 18 februari 2020
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
STICHTING WOONBRON,
appellante in het principaal beroep,
[appellant],indertijd wonende te [woonplaats],
Het geding
Verdere beoordeling van het hoger beroep
(2.1) [appellant], geboren op [geboortedatum] 1962, huurt sinds 1994 van Woonbron een parterrewoning (hierna: de woning of het gehuurde) aan de [adres] te [woonplaats]. [appellant] heeft verstandelijke beperkingen en daarnaast ernstige gehoorklachten (is vrijwel doof) sinds een brommerongeluk. Hij wordt begeleid door medewerkers van zorginstelling Syndion.
(2.2) Tussen partijen is een geschil ontstaan over met name gebrek aan onderhoud van de voor- en achtertuin door [appellant], de aldaar – in strijd met de huurvoorwaarden – aangebrachte voorzieningen en opgeslagen spullen; over de door [appellant] aan de gevel van de woning opgehangen camera’s, alsmede het agressieve gedrag van [appellant] jegens medewerkers van Woonbron toen hij daarop werd aangesproken.
(2.3) In de buurt van de woning vinden sloop en renovatie plaats. Ook de woning zal worden gesloopt. In verband hiermee heeft Woonbron de huurovereenkomst met [appellant] opgezegd tegen 1 februari 2019 op grond van dringend eigen gebruik. [appellant] is met deze opzegging akkoord gegaan. [appellant] is inmiddels verhuisd.
De vordering in eerste aanleg en de beslissingen van de kantonrechter
primair(i) ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning door [appellant],
(ii) doorbetaling van de huur tot datum ontruiming,
subsidiair(iii) oplegging van een aantal gedragsaanwijzingen, inhoudende dat [appellant] zich als goed huurder gedraagt en strekkende tot het in orde maken en houden van woning en tuin op straffe van een dwangsom,
(iv) een gebod aan [appellant] om door hem geplaatste spullen (camera’s, vlaggenmast, aanhangwagen, overkapping achtertuin) te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom.
Aan deze vorderingen heeft Woonbron ten grondslag gelegd dat [appellant] zich bij herhaling ernstig bedreigend, niet te corrigeren, heeft uitgelaten en uitlaat jegens haar medewerkers. [appellant] heeft zich daarom niet als een goed huurder/ heeft zich in strijd met de huurvoorwaarden gedragen. Aldus is hij ernstig tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder.
De grieven van Woonbron (in het principaal appel)
Met grief 4 betoogt Woonbron dat [appellant] zich niets van het vonnis aantrekt (de camera’s hangen nog steeds aan de voor- en achtergevel, en ook aan de schuur), zodat ontbinding van de huurovereenkomst de enige oplossing is. De kantonrechter heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van Woonbron en haar medewerkers.
Met grief 5 klaagt Woonbron over de afwijzing van de gedragsaanwijzing door de kantonrechter. Het wangedrag van [appellant], juist ook tegenover de medewerkers van Woonbron, is in strijd met goed huurderschap. De medewerkers moeten veilig hun werk kunnen doen. [appellant] heeft zijn verplichtingen jegens Woonbron op zo’n ernstige mate geschonden dat dit ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt. Woonbron concludeert daarom tot vernietiging van het vonnis en toewijzing van haar primaire vorderingen.
De grieven van [appellant] (in het incidenteel appel) en zijn vordering
Beoordeling van de grieven van partijen
Anders dan [appellant] aanvoert is zijn fysieke en psychische gesteldheid ook geen excuus om zich agressief tegenover medewerkers van Woonbron te gedragen.
heeft zich dus kortom niet als goed huurder gedragen. Het hof ziet geen grond om de ernst hiervan te bagatelliseren. [naam complexbeheerder] was bang dat [appellant] hem daadwerkelijk iets zou aandoen, wellicht niet persoonlijk, maar hij wist niet met wie [appellant] omgaat en [naam medewerker] achtte [appellant] niet te peilen en onberekenbaar. Woonbron hoeft niet te tolereren dat haar medewerkers bij herhaling worden uitgescholden en doodsbedreigingen naar hun hoofd geslingerd krijgen. De grieven 1 en 2 van Woonbron slagen. Grief II van [appellant] wordt verworpen.
Slotsom
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, van 11 mei 2017;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot zover aan de zijde van Woonbron begroot in het principaal appel op € 99,20 aan kosten uitbrenging appeldagvaarding, € 716,-- aan griffierecht en € 2.148,-- aan salaris advocaat en in het incidenteel appel op € 537,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
- wijst af het meer of anders gevorderde.