ECLI:NL:GHDHA:2020:2069
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging termijnbepaling verkoop in beslag genomen aandelen ondanks hoger beroep
In deze civiele zaak is appellante bij vonnis veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en heeft geïntimeerde daarop executoriaal beslag gelegd op haar aandelen in een dochtermaatschappij. Geïntimeerde verzocht de voorzieningenrechter om een termijn te bepalen voor verkoop en overdracht van deze aandelen. De rechtbank gaf daartoe toestemming, waarna appellante hoger beroep instelde en verzocht de executie op te schorten.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot verkoop tijdig is ingediend binnen de wettelijke termijn van één maand na beslaglegging. De omstandigheid dat het hoger beroep tegen het vonnis nog niet is beslist, vormt geen reden om het verzoek te weigeren of de executie op te schorten, omdat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en het hoger beroep geen schorsende werking heeft.
Appellante stelde dat verkoop van de aandelen zou leiden tot het vervallen van fiscaal compensabele verliezen, wat onomkeerbare schade zou veroorzaken. Het hof vindt dit onvoldoende onderbouwd en wijst erop dat indien het hoger beroep in haar voordeel zou worden beslist, zij verhaal kan zoeken voor eventuele schade. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bestreden beschikking tot verkoop van de in beslag genomen aandelen wordt bekrachtigd.