Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 november 2020
[naam BV] B.V.,
[handelsnaam],
[appellant sub 2],
VKN Projecten B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Meerwerk verricht i.o.v. Dhr. [Y] (diverse werkzaamheden)
Meerwerk verricht i.o.v. Dhr. [Y] (12 badkamervloeren afdichten en opnieuw behandelen à € 175,00)
Herstelwerkzaamheden verricht n.a.v. de rondgang Bureau Bouwtechniek 1e en 3e etage, vaststelling beschadigingen door derden, na tussentijdse oplevering etage 1-3.
Aanbieding op aanname van 950 m2 à €51,50 p/m2 +€. 6.750,00 bijkomende afdichtingswerkzaamheden,
3e termijn 30% van €. 55.675,00 (zie nota 06.1664) € 16.702,00
4e termijn 15% van €. 55.675,00 € 8.351,25
Meerwerk diverse werkzaamheden € 2.895,50
Meerwerk herstel 12 badkamervloeren à €. 175,00 € 2.100,00
Meerwerk herstel schade derden 1e en 3e etage € 6.720,00
"veel van de tijdens de opneming van het werk vastgestelde gebreken door VKN niet zijn hersteld", zonder nadere aanduiding over welke gebreken het hier gaat en hoeveel tijd/geld gemoeid is met het herstel hiervan. De aanduiding dat
"niet alle wanden en vloeren van de badkamers conform de opdracht waterdicht waren afgewerkt", zonder nadere aanduiding om hoeveel en welke wanden en vloeren het ging, is te weinig specifiek. Dat het om een noemenswaardig deel van het werk/kosten ging, is daarmee niet aannemelijk geworden. Dit geldt te meer, omdat VKN zich op het standpunt heeft gesteld dat het werk zo goed als af was en niet kan worden uitgesloten dat het nog slechts over enkele (qua tijd c.q. kosten) ondergeschikte opleverpunten ging. Dat betekent dat [appellant sub 2] c.s. onvoldoende heeft gesteld om te kunnen oordelen dat in de hypothetische situatie zou zijn geoordeeld dat wegens het niet voltooien van het werk, Hotel Banks niet de volledige aanneemsom verschuldigd was. Overigens heeft [appellant sub 2] c.s. ook onvoldoende gesteld om vast te kunnen stellen welk bedrag in dat geval op de vordering van Hotel Banks in mindering had moeten worden gebracht.
"Meerwerk herstel 12 badkamervloeren a € 175,00 € 2.100,00". Hotel Banks heeft in de hoofdprocedure niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat dit meerwerk is uitgevoerd, aldus nog steeds de rechtbank.
Dat de gesprekken tussen VKN en Hotel Banks over een mogelijke minnelijke regeling tot een ander oordeel zouden hebben geleid over de vraag of sprake is geweest van een rechtsgeldige stuitingshandeling acht het hof niet aannemelijk. De – overigens niet onderbouwde – stelling van [appellant sub 2] c.s. dat die gesprekken ook betrekking hebben gehad op de openstaande facturen van VKN, maakt – anders dan [appellant sub 2] c.s. heeft bepleit – niet dat de (overige) correspondentie die [appellant sub 2] namens VKN heeft gevoerd in een andere context komt te staan. Zoals ook volgt uit de overwegingen van het hof in de hoofdprocedure, had die correspondentie hoofdzakelijk betrekking op de uitgangspunten van de deskundige Germijns in verband met de eventuele aansprakelijkheid van VKN jegens Hotel Banks, zonder dat die correspondentie ook een voldoende duidelijke waarschuwing aan Hotel Banks bevatte dat zij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat zij de beschikking houdt over haar gegevens en bewijsmateriaal, opdat zij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog door VKN ingestelde vordering kan verweren. Van eigen schuld in de hoofdprocedure kan daarom niet worden gesproken. [appellant sub 2] c.s. heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door hem voorgestane aanpak tot een ander resultaat zou hebben geleid.
Naar de mening van [appellant sub 2] c.s. is dit ten onrechte, zo stelt hij in grief V, omdat dit oordeel is gebaseerd op de onjuiste gedachten dat i) in de hypothetische situatie enig deel van de vordering van VKN voor toewijzing in aanmerking zou zijn gekomen, en ii) dat door Hotel Banks hiertegen geen hoger beroep zou zijn ingesteld. VKN had volgens [appellant sub 2] c.s. dus hoe dan ook kosten moeten maken voor de procedure in hoger beroep, zodat de kosten van het hoger beroep niet als schade kwalificeren.
€ 4.522,87 (het resultaat van verrekening van het op basis van het vernietigde vonnis door [appellant sub 2] c.s. onverschuldigd betaalde bedrag met het op basis van dit arrest verschuldigde bedrag) als onverschuldigd aan [appellant sub 2] c.s. terug te betalen vermeerderd met de wettelijke rente van het moment van betaling tot aan het moment van terugbetaling.