De zaak betreft een loonvordering van [verweerder] tegen Elite Security Force na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd. [Verweerder] trad op 1 mei 2019 in dienst bij Elite en ontving op 30 mei 2019 een brief waarin het dienstverband per direct werd beëindigd. De kantonrechter vernietigde het ontslag en veroordeelde Elite tot betaling van het loon over de resterende periode tot 1 december 2019.
Elite ging in hoger beroep en betwistte onder meer de tijdigheid van de vernietigingsvordering, de datum van ontslag en de hoogte van het toe te kennen loon. Het hof oordeelde dat de vernietiging tijdig was verzocht en dat het ontslag op 30 mei 2019 is gegeven. Verder stelde het hof vast dat Elite het ontslag feitelijk had ingetrokken doordat [verweerder] na de ontslagdatum nog werkte en ziekmeldingen werden geaccepteerd.
Ten aanzien van de loonhoogte stelde het hof vast dat de arbeidsovereenkomst een arbeidsomvang van 28 uur per week kende en dat Elite verplicht was [verweerder] op te roepen. Elite kon niet aannemelijk maken dat er geen werkzaamheden waren. Het hof vernietigde de beschikking slechts voor zover Elite was veroordeeld tot 100% loon over de periode 9 juli tot 1 december 2019 en bepaalde dat over die periode slechts 70% van het loon verschuldigd is. Voor het overige werd de beschikking bekrachtigd.