ECLI:NL:GHDHA:2020:2223
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen omzetbelasting en vernietiging boetes 2013-2014
Belanghebbende diende suppletieaangiften omzetbelasting in over 2012-2015, gevolgd door naheffingsaanslagen. Deze aanslagen betroffen deels bedragen die via het BTW-compensatiefonds (BCF) hadden moeten worden teruggevraagd, maar ten onrechte in de aangiften waren verwerkt. Na aanvullende opgave zijn deze bedragen alsnog verwerkt.
In geschil was of belastingrente over 2012-2015 terecht was berekend en of de boetes over 2013 en 2014 terecht waren opgelegd. De Rechtbank oordeelde dat de belastingrente terecht was berekend, maar vernietigde de boetes over 2013 en 2014. Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep.
Het Hof bevestigde het oordeel van de Rechtbank dat de belastingrente overeenkomstig de wettelijke bepalingen was berekend en dat de wettelijke regeling geen rente-neutraliteit beoogt. Het beroep op begunstigend beleid wegens het geld dat reeds bij de fiscus stond, werd verworpen. Ook de lange behandeltermijn van suppleties leidde niet tot matiging van belastingrente.
Ten aanzien van de boetes oordeelde het Hof dat gezien de positieve en constructieve houding van belanghebbende en het doel van het Horizontaal Toezicht, het opleggen van boetes niet passend was. Het hoger beroep van de Inspecteur werd daarom ongegrond verklaard. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslagen inclusief belastingrente en vernietigt de boetes over 2013 en 2014.