ECLI:NL:GHDHA:2020:225
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- F.W. van Lottum
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van terugplaatsing cocaïne in dozen bij invoer
Het gerechtshof Den Haag heeft op 17 februari 2020 in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van (verlengde) invoer van circa 20,5 kilogram cocaïne en voorbereidingshandelingen daartoe.
In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het hof heeft het bewijs onderzocht en geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de terugplaatsmonsters van cocaïne daadwerkelijk in de verhuisdozen zijn teruggeplaatst na inbeslagname door de douane op 27 november 2015.
De enige geverbaliseerde handeling met betrekking tot de terugplaatsmonsters was de plaatsing in een douanekluis, en het proces-verbaal dat melding maakt van terugplaatsing is niet gebaseerd op eigen waarneming. Verder is niet bewezen dat de gedragingen van verdachte na de inbeslagname betrekking hadden op cocaïne.
Ook voorafgaande handelingen, zoals het regelen van transport van de dozen, zijn niet met de vereiste wetenschap omtrent de inhoud van de dozen verricht. Ondanks vragen over verdachte's gedragingen bij het ophalen van de dozen op 6 januari 2016, is het hof niet overtuigd van zijn schuld. Daarom spreekt het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij invoer van cocaïne.