ECLI:NL:GHDHA:2020:226
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- F.W. van Lottum
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor drugssmokkel en voorbereiding
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam heeft het gerechtshof Den Haag op 17 februari 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het invoeren en voorbereiden van invoer van ongeveer 20,5 kilogram cocaïne.
De verdachte was in eerste aanleg reeds vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en geconcludeerd dat er geen wettige bewijsmiddelen zijn die overtuigend aantonen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne in Nederland en het voorbereiden en bevorderen daarvan, onder meer door het verzenden van dozen met cocaïne vanuit Curaçao en het maken van afspraken over het vervoer.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, conform de vordering van de advocaat-generaal en het standpunt van de verdediging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor drugssmokkel en voorbereiding.