ECLI:NL:GHDHA:2020:2329
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering inzage stukken voor berekening legitieme portie in erfrechtelijke nalatenschap
In deze erfrechtelijke zaak staat de berekening van de legitieme portie van een onterfde zoon centraal. De echtgenote van de overleden zoon vordert inzage in diverse stukken, waaronder rekening-courantverhoudingen, jaarstukken en bankafschriften, om mogelijke schenkingen aan de broers te kunnen onderzoeken.
Het hof stelt vast dat de erfgenamen reeds stukken hebben verstrekt en dat de vordering tot inzage van jaarstukken en schenkbelastingaangiften onvoldoende is onderbouwd en daarom wordt afgewezen. Wel wordt de vordering tot afgifte van bank- en effectenafschriften over de periode van 2010 tot aan het overlijden toegewezen, omdat deze relevant kunnen zijn voor het vaststellen van de legitimaire massa.
De proceskosten worden gecompenseerd en de zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor verdere behandeling van het incidenteel appel. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 1 september 2020.
Uitkomst: Het hof beveelt afgifte van bank- en effectenafschriften over 2010 tot overlijden en wijst overige gevorderde stukken af, met kostencompensatie.