ECLI:NL:GHDHA:2020:2421
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek deskundigenonderzoek in civiele procedure ondertoezichtstelling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar verzoek op grond van artikel 1:262b BW en subsidiair artikel 810a lid 2 Rv afwees. Het geschil betreft de omgang en de wenselijkheid van een nieuw onderzoek naar terugplaatsing van de minderjarige bij de moeder.
De minderjarige verblijft sinds maart 2020 in een pleeggezin onder toezicht van de gecertificeerde instelling. De moeder verzocht het hof om een deskundige te benoemen die onderzoek doet naar de mogelijkheid van terugplaatsing, met verwijzing naar de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De gecertificeerde instelling betoogde dat de moeder onvoldoende pedagogische vaardigheden heeft en dat nader onderzoek niet tot een andere beslissing kan leiden. Het hof overweegt dat artikel 810a lid 2 Rv alleen toepassing vindt indien het hof een beslissing moet nemen over ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of gezagsbeëindiging, wat hier niet het geval is.
Daarom verklaart het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar zelfstandig verzoek. Het hof wijst erop dat de moeder in de procedure bij de rechtbank een onderzoek kan verzoeken. Deze beslissing is op 2 december 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart moeder niet-ontvankelijk in haar zelfstandig verzoek om deskundigenonderzoek ex artikel 810a lid 2 Rv.